Regelmatig verschijnt er een nieuwe blog op deze plaats. Meld je aan op onze facebookpagina en mis geen verhaal.

Een beeld dat je nooit meer kwijtraakt

door Francy 29-10-2020

Een intens verdrietige man worstelt zichtbaar met een dilemma: hij wil zijn vrouw niet zien op deze manier, dood! Dode mensen vindt hij verschrikkelijk. Hij gaat ook nooit kijken bij opbaringen. Hij is bang dat hij dat beeld nooit meer kwijt zal raken. “Ik wil me haar herinneren zoals ze was.” Aan de andere kant heeft hij het gevoel dat hij zijn vrouw in de steek laat. Afwijst terwijl zij zoveel voor hem heeft betekend. Wat moet hij nu doen? Straks is het te laat. Want het moment van ‘nooit meer’ komt akelig dichtbij.

Zo herkenbaar bij veel mensen. “Sluit de kist maar meteen, ik hoef hem niet meer te zien”. Soms mogen andere mensen er nog wel bij “als ìk maar niet mee hoef.”

Een dierbare die dood is ziet er anders uit. Dat is waar. Voor de een valt het mee. “Het is net of hij slaapt” of “haar gezicht ziet er veel ontspannener uit.” Voor de ander is het toch niet meer degene die hij of zij was. “De ziel is eruit, het is mijn zus niet meer”.

Maar ik geloof niet dat één enkele aanblik van de dood, alle beelden van een heel leven van liefde zal wegvagen. We zijn bang. We maken elkaar bang met verhalen. We zijn niet gewend om iemand te zien die dood is. Daardoor stellen we ons er vaak een gruwelijk beeld bij voor terwijl er zelden reden voor is. Het voelt doodeng. Want je schrikt bij de eerste aanblik van een geliefde overledene. Omdat het verdrietig en moeilijk is. Omdat het je meer dan wat dan ook confronteert met de harde werkelijkheid. Met iets dat nooit meer zal zijn. Met een nieuwe wereld van alleen nog maar ‘zonder’.

Maar als je niet meteen wegkijkt en het een kans geeft dan wen je een beetje aan het zien van de dood en kun je opvallend snel over dat gevoel van griezelig heen stappen. En als je het letterlijk onder ogen durft te zien helpt het je gek genoeg ook in je eerste fase van het rouwproces.

Daarom laat ik me niet meteen uit het veld slaan als mensen heel stellig zeggen niet meer te hoeven kijken. Zonder dwang doe ik meestal toch nog een voorzichtige poging.

Hij wilde het wel proberen. Stapje voor stapje. Ik neem hem mee naar binnen de rouwkamer in. Langzaam lopen we tot het kamerscherm. Hij kan terug op ieder gewenst ogenblik, want het laatste wat ik wil is forceren wat niet goed voelt. Hij kiest om te kijken. Vanaf deze afstand steekt hij zijn hoofd voorbij het scherm en werpt hij een eerste blik. Dan zet hij een stap vooruit, ietsje dichterbij. Heel dichtbij. Kijkt naar zijn lief. Legt zijn warme hand op haar koude handen. En uiteindelijk zit hij bij haar. Lang bij haar, aait hij haar over haar hoofd en geeft haar een kus. Kon hij nog maar langer, had hij nog maar langer. Het verdriet en de machteloosheid zijn zo voelbaar. Maar ze waren nog heel even samen. In voor en tegenspoed. Bij leven en na de dood. En dat beeld wil hij graag blijven koesteren.

Gepubliceerd op LinkedIn.

 

Het nieuwe normaal?!

door Francy op 9-9-2020 

Hoe vaak hebben we deze woorden het afgelopen half jaar niet gehoord? Ik dacht dat we een tijdelijk abnormale situatie hadden en we later weer terug zouden kunnen naar ons oude normaal. Maar ook al hebben we straks een vaccin en weer gewoon contact met elkaar, er zal toch een nieuw normaal komen. Want alles, kleine en grote gebeurtenissen, hebben impact en dwingen ons tot een nieuw normaal te komen.

 Als iemand die je liefhebt komt te overlijden, krijg je ineens ook te maken met een nieuw normaal. Omdat de grond onder je voeten weggeslagen wordt, je het na 50 jaar huwelijk ineens alleen moet rooien, of je kind geen dag ouder meer zal worden. Hoewel de dood gewoon bij het leven hoort, is het natuurlijk niet normaal. Alles en iedereen gaat verder. Alleen bij jou staat alles stil. En in dat vacuüm, in die nieuwe werkelijkheid moet je op zoek naar een normaal waarmee je verder kunt, of je er vrede mee hebt of niet. En de eerste stap die iedereen moet zetten is afscheid nemen. Een cruciale stap van een lange weg naar een nieuw normaal.

 Een jaar geleden begon ik als uitvaartbegeleider bij Uitvaartbegeleiding Harriet van der Vleuten. Sindsdien heb ik al veel families mogen begeleiden in de eerste stap naar hun nieuwe normaal. Met hen de keuzes bespreken, ideeën ontlokken of aanreiken en naar een mooi afscheid toe leiden daar haal ik heel veel voldoening uit. En als het nodig is de woorden geven aan hun gevoelens zoals ze die willen uitdrukken op een rouwkaart, prentje of in een verhaal. Zoals ik ook jaren gedaan heb in de artikelen en columns die ik voor de Uitstraling heb mogen schrijven.

 Toen corona kwam, veranderde alles rigoureus. Altijd op zoek naar persoonlijke invulling met alle ruimte en mogelijkheden, moest ik families vertellen dat ze een keuze moesten maken welke dertig mensen er bij de uitvaart mochten zijn. Dat ze moeder niet mee mochten verzorgen, terwijl ze altijd zo voor jou gezorgd heeft. Of dat ze vader niet naar binnen mochten dragen, terwijl hij jou altijd op handen gedragen heeft. In alles was het ontastbare virus voelbaar.

 Toch slagen we er in uitvaarten bijzonder te maken. Want een afscheid moet er toe doen. Zowel voor de overledene, als voor degene die achterblijven in hun nieuwe normaal. Ook in klein en intiem komen we tot mooie intense en troostrijke momenten. Van troost op het trottoir tot online langs de kist lopen. Van afscheid in de open lucht met het ruisen van de wind tot een serenade op straat en een muffin to go. Om die eerste stap van afscheid te kunnen zetten. Nu krijgen we weer ruimte om naar groot te gaan. Of blijft het klein als dat beter past. Ons werk is mooi, maar wordt nooit normaal.

Oorspronkelijk verschenen in de Uitstraling Hilvarenbeek

 

De nood van de stervende - reflectie op de maand april

door Harriet op 31-07-2020

“Heb je het druk gehad?” “Wat is het ergste wat je hebt meegemaakt?” Twee vragen die me de laatste maanden vaak gesteld zijn. Tilburg was immers een soort van episch centrum van de corona-uitbraak. Het was een bizarre tijd, om dat cliché maar eens van stal te halen. Eerst denk je ‘er komt iets op ons af’ en voordat je het weet zit je er middenin. Vraag je je af of je misschien een mondkapje op moet doen in de aula als je voorgaat bij een dienst. Krijg je te maken met een familie waar vader is overleden, moeder besmet en waarschijnlijk ook binnen een paar dagen zal overlijden. Het wordt zo druk dat je bij ieder onbekend nummer op je telefoon denkt, ‘neen, niet nog een melding’. Dus ja ik heb het wel druk gehad.

De regels veranderden snel, maximaal 100, maximaal 30, geen horeca, beperkte horeca, naar weer maximaal 100 gasten in een ruimte binnen, mits de afstand van 1,5 meter gehandhaafd kan worden. Geen handen geven, dat went. Afstand houden, je doet het bijna vanzelf als je weet dat vader of moeder aan corona is overleden. Ook nabestaanden houden over het algemeen die afstand als ze het van dichtbij hebben meegemaakt. Lastiger is het soms voor mensen van wie een dierbare toch echt aan iets anders dan corona overleed.

De meeste overlijdens door corona die op ons pad kwamen, betroffen oudere kwetsbare mensen. En na de enorme drukte werd het weer heel erg rustig, hetgeen sterk de indruk bevestigt dat een aantal overledenen anders in de loop van de komende maanden zou zijn overleden. Wat het voor de getroffen nabestaanden niet minder erg maakte. Overlijden aan corona leek sowieso erger dan als gevolg van een griep of een val. We waren met zijn allen zo bezig om corona ‘er onder te krijgen’, dat het een vermijdbare ziekte of doodsoorzaak leek.

In deze korte periode ontstonden nieuwe uitvaartrituelen. De livestream, tot nu toe sporadisch gebruikt, werd gemeengoed. Soms moesten mensen zich aanmelden voor een dienst en was de lijst voor de livestream langer dan de lijst van degenen die aanwezig wilden zijn. Op het hoogtepunt van de uitbraak, voelden velen zich vele malen veiliger thuis achter hun beeldscherm dan in een aula van een crematorium. Ook de erehaag werd een manier om meer mensen bij een afscheid te kunnen betrekken.

Voor sommige was het heel eenvoudig om de kring tot maximaal 30 personen te reduceren. Als het een oudere ouder betrof met een relatief groot gezin was kinderen en kleinkinderen een handige en voor iedereen te begrijpen afbakening. Een afbakening die niet zelden achteraf als positief en prettig werd ervaren. Men voelde zich vrijer om zich te uiten in zo’n kleine kring. Lastiger was het wanneer er geselecteerd moest worden in de familie- en vriendenkring. Het kostte sommige nabestaanden echt veel kruim om de juiste keuzes te maken.

Maar wat vond ik het ergste? Je kunt het ene leed niet met het andere leed vergelijken. Maar toch heeft mij het eenzaam en afgesneden zijn van je naasten, op het moment van sterven en in de dagen en weken daarvoor, het meest geraakt. Niemand zou eenzaam mogen sterven. Ik hoop, mocht er toch een nieuwe uitbraak komen, dat we hier als samenleving anders mee om zullen gaan. Dat de artsen, verpleeg- en verzorgingshuizen niet alleen alles doen om de verspreiding van het virus te voorkomen, maar ook zoeken naar manieren om bij elkaar te zijn in de laatste dagen en uren van een leven. Dat er ook oog is voor de nood van de kwetsbare en stervende mens en zijn naasten.  

Oorspronkelijk gepubliceerd op LinkedIn